Op het einde van mijn straat is een bouwplaats. Er wordt hier een nieuw huis gebouwd. En daarvoor is veel materiaal nodig, heel veel materiaal. Dit materiaal wordt aangeleverd door vrachtwagens van elke maat en soort.
Ik zit voor mijn huis in het zonnetje rustig thee te drinken, als ik in de verte een vrachtwagen hoor aankomen. Zo aan het geluid van de zware motor te horen is het een grote. Mijn straat is smal, zo’n vier meter en heeft een paar akelige scherpe bochten. Menig auto heeft er moeite mee, laat staan een vrachtwagen. Mijn straat is om niet te vergeten ook nog eens een doodlopende straat zonder mogelijkheid te keren. Dus vooruit erin en achteruit eruit. Of andersom. De straat loopt ook nog eens omhoog, om het nog maar wat moeilijker te maken. De smalle straat wordt door de vele gezellige bankjes en bloempotten voor de huizen van bewoners nog smaller. Aan het begin van de straat liggen aan beiden zijden een speelveldje.
In de verte zie ik een vrachtwagen aankomen. En inderdaad het is een grote, een vrachtwagen met een dieplader, tezamen zo’n twintig meter lang en een gewicht van schat ik zo’n vijftig ton. Op de dieplader staan huiselementen voor een prefab-huis. De vrachtwagen met dieplader draait aan het begin van de straat, met zo te zien de bedoeling om de straat achteruit in omhoog te rijden. Tijdens het draaien loopt de vrachtwagen met dieplader echter vast op de beide speelveldjes. Wat de chauffeur ook probeert, hij komt niet voor en niet achteruit, hij staat muurvast. Door het zware gegrom van de dieselmotor komt een buurman een kijkje nemen. Na een babbeltje met de chauffeur, loopt deze buurman terug naar zijn huis en komt met twee planken terug. De beide planken worden voor de wielen van de vrachtwagen gelegd. De chauffeur geeft gas en probeert de vrachtwagen los te rijden. Helaas werkt dit niet. Inmiddels is er nog een buurman bij gekomen. Met z’n drieën wordt nog een poging gedaan om met de twee planken de vrachtwagen los te krijgen. Dit lukt niet. De vrachtwagen blijft vast op zijn plek staan.
Buur nummer drie en vier komen ook een kijkje nemen. Een levendige discussie komt nu op gang waarbij met vele armgebaren door elke buur wordt verteld hoe de vrachtwagen als beste bevrijd moet worden. Ik zit op een afstand van ongeveer dertig meter en kan bijna woordelijk horen wat er gezegd wordt. Aangezien dit spektakel nog wel even gaat duren, ga ik nog maar een mok thee halen.
Terug komend zie ik dat door het luide discussiëren de aandacht is getrokken van andere buren. Inmiddels staat de halve straat buiten naar dit tafereel te kijken. De vrachtwagen staat nu zo’n twintig minuten stevig op zijn plaats op de speelveldjes en lijkt niet van plan om dit te laten veranderen. Na meer armgebaren en ja knikken is er een nieuw plan. Ik zie de chauffeur de dieplader loskoppelen. Hij stapt weer in de vrachtwagen en start de motor. Na wat heen en weer gegaan te zijn, komt de vrachtwagen los uit het speelveldje.
Verschillende andere bewoners hebben zich ook bij de vrachtwagen gemeld. Nu alle beste stuurlui bij elkaar zijn, zou het theoretisch moeten lukken om ook de dieplader te bevrijden uit het speelveldje. Toch? Er wordt een nieuw plan bedacht en aan iedere buur uitgelegd. Er wordt hevig ja-geknikt, door de meeste dan. Er zijn er een paar die duidelijk andere ideeën hebben. Die mensen heb je altijd. Nu de vrachtwagen weer op het asfalt staat, begint de bedoeling duidelijk te worden. Ze gaan proberen om de vrachtwagen zo voor de dieplader te positioneren dat de vrachtwagen op het asfalt blijft staan en dus voldoende grip heeft om de dieplader los te trekken.
De chauffeur moet met de vrachtwagen meerdere keren steken om goed voor de dieplader te komen te staan. Hierbij krijgt de chauffeur van meerdere personen aanwijzingen, die overduidelijk niet met elkaar overeenstemmen. Na nogmaals vijftien minuten heen en weer rijden, staat de vrachtwagen op een andere plaats opgesteld voor de dieplader. Het zou nu alleen een kwestie moeten zijn van de vrachtwagen onder de dieplader rijden, aankoppelen en gaan. In theorie dan. Terwijl de vrachtwagen zich onder de dieplader probeert te laveren, stijgt er een gebrul op onder de inmiddels flink toegenomen menigte: stoppen, het past niet. Met een rood hoofd stapt de chauffeur uit de vrachtwagen om zelf te gaan kijken. Of dit van schaamte of wanhoop is, is me niet duidelijk.
Weer wordt er door iedereen aanwezig de “juiste oplossing” geroepen. De chauffeur stapt weer in en rijdt de vrachtwagen zoveel mogelijk terug in zijn vorige positie maar dan wel naast het speelveldje in plaats van erop. Hetzelfde plan dus, maar dan net iets anders. Het lukt de chauffeur om weer voor de dieplader te komen. Ditmaal past het wel. De dieplader wordt weer aangekoppeld en na flink gebrul van de dieselmotor komt ook de dieplader eindelijk los van het speelveldje. De menigte barst in het juichen uit.
Meewarig bedenk ik mij dat de beste man na ruim één uur modderen nog met zijn complete combinatie achteruit omhoog de straat in moet rijden tot naar de bouwplaats. Na ontvangst van de nodig schouderklopjes van de omstanders, lijkt de chauffeur dit ook te beseffen als ik hem ongerust de straat in zie kijken. Weer stapt hij in zijn vrachtwagen en met een vastberaden blik positioneert hij zijn complete combinatie recht voor de ingang van de straat.
Met behulp van alle stuurlui lukt het hem om langzaam maar zeker omhoog te rijden. Bijna de gehele straat staat nu te kijken. De meesten zijn het er wel over eens, dat dit de grootste combi is die ooit in deze straat heeft gereden. Bij de overburen gaat het bijna mis. Nog net op tijd kunnen zij hun bankje weghalen voordat het een bouwpakket wordt. Na een tergend langzame rit achteruit naar boven staat de complete combi met alle stuurlui voor de bouwplaats. Triomfantelijk en duidelijk opgelucht stapt de chauffeur uit. Na het overhandigen van het afleveringsbewijs aan de bouwopzichter wordt het plotseling oorverdovend stil.
Op het einde van mijn straat is een bouwplaats, maar voor deze vrachtwagencombinatie niet de juiste bouwplaats.